De geschiedenis van boerderij Nooitgedagt

Op 16de eeuwse kaarten staat de boerderij “Nooit Gedacht” al ingetekend, gesitueerd ten westen van de Voorwatering. De Voorwatering voerde het water van de Noord-Hoflandsche polder en de andere zuidelijker gelegen polders af naar de Rijn, bij De Vink. Bij de aanleg van de woonwijk Noord Hofland werd het grootste gedeelte van de watering afgegraven.
“Nooit Gedacht” komt in oude gegevens voor onder de naam “Gasthuisboerderij”, behorend bij een Gasthuis in de stad.

Contragewicht van de ophaalbrug

Contragewicht van de ophaalbrug

Op het erf liggen nog een paar grote zwerfkeien die als contragewicht dienst deden voor de ophaalbrug.

Kadastrale kaart 1832

Kadastrale kaart 1832

Op de eerste kadastrale kaart van 1832 Sectie A zien we de boerderij uitgetekend in de grootte zoals nu. De boerderij met drie schuren en rondom liggend erf is genummerd 489. Eén schuur staat achter de boerderij, één er naast (wordt later zomerhuis voor gebouwd) en één aan de weg ten zuiden van de brug over de Voorwatering.
Noordelijk van de boerderij ligt een strook bos (488). Daarachter een mooie weide of bleekveld (487) en vervolgens in de hoek daarvan een hakhoutbos (486). Het goed is eigendom van Leendert Grevers.
Nooitgedagtweiland_2
De Voorwatering vormde tot 1918 de grens tussen Voorschoten (west) en Zoeterwoude (oost). “Nooit Gedacht” was dus tot 1918 een Voorschotense boerderij aan de Zoeterwoudse Leidseweg. In eerder genoemd jaar werd door grenswijziging een eind gemaakt aan de vreemde situatie. De Korte Vliet (heden ingericht als scheepvaartkanaal) werd voortaan de grens.
Na 1830 werden ten noorden van de boerderij op de smalle strook land tussen Voorwatering en Leidseweg kleine arbeiderswoningen gebouwd. De woningen daar tegenover, tussen Intratuin en het ‘Witte Huis’, verrezen zo rond 1900.
De buurtschap had de naam “Steene Muur”. Dit kan te maken hebben met de steenbakkerij aan het einde van de weg bij de Rijn.
Ook is het zo dat bij de aanleg van het woonwijkje Ter Waddingerhoek bij het graven voor funderingen ongeveer een meter onder het maaiveld een lange stenen muur viel waar te nemen…

Aquarel van Jan Verheul 1929

Aquarel van Jan Verheul 1929, hij schilderde de boerderij toen A. Orvel hier zijn boerenbedrijf had. Het omgrachte erf was toen nog toegankelijk via een houten ophaalbrug

2e wereldoorlog

Mobilisatie boerderij Nooitgedagt 1939

Mobilisatie boerderij Nooitgedagt 1939

Citaat door Joop Peeters.
(Uit Voorschotenaren verhalen over Oorlog en Vrede)

In de nog vroege nacht van vrijdag 10 mei 1940 omstreeks drie uur worden de bewoners van Voorschoten gewekt door zwaar motorgeronk veroorzaakt door vele vliegtuigen, kort daarna gevolgd door mitrailleurvuur in de lucht. De mensen komen snel hun bed uit, hangen daarna uit de ramen of staan op hun balcons en zien een vreemd en onbekend schouwspel. Zware transportvliegtuigen veelal met aan een sleep grote zweefvliegtuigen gaan over Voorschoten en ter hoogte van het Haagsche Schouw worden de kabelverbindingen verbroken tussen trekkende en zwevende vliegtuigen. De zweefvliegtuigen beginnen dan aan hun landing op het vliegveld Valkenburg in de gemeente Katwijk en uit de transportvliegtuigen springen mensen, die als eieren, vanwege de vorm van de parachutes, naar beneden dwarrelen en beschoten worden vanaf de grond.
Zelf staan we, als twaalfjarige jongen, met de hele familie op het grote achterbalcon van de woning aan de Leidseweg, alwaar een goed uitzicht is dat vrijwel tot aan de kust reikt. Het vee rent verschrikt door het weidegebied. Dat beseft instinctmatig dat dit het begin van het einde van de rust zal zijn. Zo rond vier of vijf uur, terwijl er nog steeds aanvoer is van parachutisten, wordt het afweervuur vanaf de grond heviger. Ook het Nederlandse leger begint te ontdekken dat de oorlog uitgebroken is.

De grote brand

Brand 1956

Brand 1950

Zaterdag 17 juni 1950 om 16.35 uur ontstond er een zware uitslaande brand in de hooiberg van de boerderij. Uitgerukt met spuit ’34 in vliegend tempo. Er was zeer snel water. Leiden was ook opgeroepen, zo waren er 11 stralen water. Het vuur was niet te stuiten, de hele hooiberg, de stal en het rieten dak van het woonhuis verbrand. Spuit ’41 was ook aanwezig en de brandweerlieden waren pas zondagmorgen 6.30 uur terug op de kazerne. De verbrande balken zijn nu nog steeds zichtbaar in de nok van de boerderij. Het rieten dak is helaas vervangen door pannen.

1970 voorzijde

1970 voorzijde

 

Koeienstal

Koeienstal

Eind van het boerenbedrijf
In het voorjaar van 1966 werd een aanvang gemaakt met de grond- en rioleringswerk in het bestemmingsplan Noord-Hofland. De boerderij werd daarbij door de gemeente openbaar verkocht. De familie van der Mey stopt met hun boerenbedrijf.

Het straatje

Het straatje

 

1970, met op de achtergrond de nieuwe flats

1970, met op de achtergrond de nieuwe flats

Luchtfoto 1968 met achter de flats de boerderij

Luchtfoto uit 1968 met achter de flats de boerderij

In 1971 werd de boerderij door de familie Collee overgenomen en gerestaureerd.

Begin 16e eeuw stond er vermoedelijk aan de oostzijde van de Voorwatering betrekkelijk dichtbij waar deze uitmondt in de Oude Rijn, reeds een houten gebouw. Rond die tijd is daar een onderkelderde opkamer tegenaan gebouwd. Na een brand in het midden van de 16e eeuw vond herbouw plaats met vermoedelijk weer een houten huis. Tijdens het beleg van Leiden in 1573 werd ter verdediging van de stad de tactiek van de verschroeide aarde toegepast, waarbij de boerderij voor de tweede maal werd getroffen. Dit maal werd een stenen langhuis tegen de opkamer aangebouwd. De kelder kreeg toen een tongewelf met steekkappen.
In het voorhuis rust de balkenlaag op consoles met een profilering , die aantoont dat de herbouw rond het einde van de 16e eeuw moet hebben plaatsgevonden. Ook het sieranker in de geveltop stamt uit die tijd.

Console in de woonkamer

Console in de woonkamer

 

Sieranker voorgevel

Sieranker voorgevel

In de 17e of 18e eeuw is achter de kelder een kelderkamer aangebouwd, waarvan het lessenaarsdak aansluit op dat van het zadeldak van de opkamer. Deze ruimte vormt de verbinding tussen de kelder en de achter het voorhuis gelegen werkkeuken die nu dienst doet als woonkeuken.
Eind 19de- dan wel begin 20ste eeuw zijn alle bouwsporen door het pleisteren van de gevels aan het oog onttrokken.
In 1875 is er een zomerhuis gebouwd voor de 17e eeuwse stal die evenwijdig ligt aan de stal achter het voorhuis. Dit zomerhuis heeft aan de voorzijde twee kamers waar men in de zomer vertoefde. Er achter was een ruimte afgescheiden voor een karnmolen. Het bijbehorende boenhok met wasplaats bevindt zich aan de zuidwest zijde van het zomerhuis. Het zomerhuis is nu verbouwd tot woning. In 2005 is het fijn gevoegd metselwerk verdwenen onder een pleisterlaag.

Zomerhuis

Zomerhuis